Leontine Borsato

Jada's speentje

Na de geboorte van Senna, was Luca meteen ‘grote broer’. Soms vallen kinderen terug in kinderlijker gedrag, maar daar was bij Luca geen sprake van. Hij zorgde voor Senna, lette op hem, was stapelgek op hem. Senna had een grote zuigbehoefte en zoog tevreden op zijn speentje. Korte tijd later had Luca geen speen meer nodig, het was volkomen duidelijk dat dat iets voor baby’s was!

Maar toen we bedacht hadden dat Senna en ook Jada inmiddels, zonder speen zouden moeten kunnen, ging dat met de nodige moeite gepaard. Hoe moe ze ook waren, slapen zonder speen lukte gewoon niet. Niet in hun veilige bedjes, niet bij ons, niet in de auto, nergens. In de zomer van 2006 spraken we af dat we als Sint weer in het land zou zijn, we de speentjes in de schoen zouden doen. Voor de kleine kindjes, voor de babypietjes. Want in huize Borsato woonden nu alleen nog grote kinderen. Stel je voor dat de Pieten in de war zouden raken van de spenen en babyspeelgoed zouden brengen! Voor Senna werkte het. We deden de spenen in de schoen en hoewel hij er af en toe nog wel eens naar vroeg, soms wat moeite met inslapen had, had hij er wel vrede mee. Voor Jada was het duidelijk nog te vroeg. Haar speen en haar knuffelkussen, dat was haar alles.

Maar na de zomer van 2007 probeerden we het nog een keer. Het mondje van Jada begon zich al helemaal naar het speentje te vormen. Als we nu afscheid zouden nemen van het speentje zou dat zonder teveel moeite nog herstellen, maar dan moesten we er niet te lang mee wachten. Toen Sint in het land kwam waren we er klaar voor. Elke woensdag en elke zaterdag mochten ze hun schoen zetten. En in goed overleg met Jada maakten we de volgende afspraak: iedere keer dat Jada haar schoentje mocht zetten, deden we er een speentje in. Dat ging prima, tot die allerlaatste avond. Het was de avond voor pakjesavond en de laatste speen ging een enkele reis naar Spanje tegemoet. De kinderen gingen door alle opwinding later naar bed dan anders en Jada sliep verrassend genoeg zonder al te veel moeite in, zónder speen.

Marco en ik keken elkaar trots aan. Zo, dat hadden we prima opgelost! Maar midden in de nacht hoorden we Jada huilen. Haar speentje, ze wilde haar speentje. Ik legde uit dat alle speentjes naar Spanje waren en we er alleen nog eentje in de schoen hadden liggen voor de babypietjes, maar Jada was er van overtuigd dat als ik maar goed genoeg zocht er vast wel eentje te vinden was. Maar ik schudde mijn hoofd. Alle tassen, alle bakjes, alle laatjes had ik gecontroleerd en er was echt geen speen meer in huis. Jada was nu een grote meid! Maar ze gaf zich niet gewonnen. Ze kwam bij ons in bed liggen en huilde. Eerst dikke, verdrietige tranen. Toen boze, gefrustreerde waterlanders. En uiteindelijk huilde ze bijna op de automatische piloot. Maar wel een paar uur lang. “Volhouden hoor!” riepen Marco en ik elkaar bemoedigend over het gekrijs heen toe.

Toen kreeg ik een idee. “Sttt!” fluisterde ik. “Wat hoor ik nou?” Alledrie waren we stil. “Is dat niet het paard van Sinterklaas?” vroeg ik.
Opnieuw kon je een speld horen vallen. “Ik hoor het ook!” fluisterde Marco.
“Stil zijn hoor Jada, tot Sint weg is!” waarschuwde ik zachtjes. En Jada was stil. Muisstil. Tot een zacht, regelmatig gesnurk de slaapkamer vulde.
Marco en ik keken elkaar opgelucht aan. Deze nacht was gered.
En vanaf die nacht had ook Jada eindelijk geen speentje meer nodig.

We zijn weer een nieuwe fase in gegaan.
We zijn uit de spenen, uit de luiers! Haar kussentjes blijven in bed liggen, dus voor alle drie de kinderen geldt nu dat ze geen speentjes en geen knuffels meer nodig hebben.

Nou ja, behalve de liefdevolle knuffels van hun ouders natuurlijk!