Leontine Borsato

Dood

De dood is iets wat voor de kinderen nog geen realistisch onderwerp is. Ze kennen het begrip wel, maar het is nog geen echte werkelijkheid voor ze. We hebben het er wel over natuurlijk, zo hebben we de kinderen verteld dat mijn vader een sterretje is en dat namen ze moeiteloos van ons aan.

Lange tijd is dat zo gebleven, maar op een gegeven moment kwamen er toch steeds meer vragen over zijn graf. We beantwoorden de vragen altijd zo waarheidsgetrouw mogelijk, maar op sommigen dingen heb ik zelf soms ook geen antwoord. Ik leg uit dat ik zeker weet dat mijn vader ons nog kan zien en heel erg trots op zijn kleinkinderen is. Luca wilde daarop weten hoe dat dan zat met het graf. Daarin hadden we immers kleren en andere spulletjes van opa gedaan die hij niet meer nodig had, hoe zat dat dan met zijn ogen? Vaak lossen dergelijke problemen zichzelf ook wel weer op. Terwijl ik zat te bedenken wat ik moest zeggen was Luca er eigenlijk al van overtuigd dat hij zijn ogen natuurlijk gewoon meegenomen had, zonder kun je tenslotte niet kijken en hij zag ons immers? Ik heb er nooit zo bij stilgestaan en vind zijn redenering uitstekend en laat het dus zo.

Soms als de jongens samen spelen, speelt de dood ook een grote rol. Op een gegeven moment werd die rol zo groot, ook door het zien van films en spelletjes op de Playstation, dat we ingegrepen hebben. Ik vond het gewoon akelig om de jongens tijdens het koken op de achtergrond te horen roepen dat ze de ander gedood hadden! Speelden ze piraatje, dan hoorde ik Luca bijvoorbeeld zeggen: “En toen stak ik jou met mijn zwaard en toen was jij dood…” En dat keer op keer. Ik legde uit dat ik het niet netjes vond als ze zo spraken en er ook andere manieren zijn om duidelijk te maken dat de ander niet meer mee kan doen. Als ze als twee ridders vechten om de schone jonkvrouw, slaat de één de ander niet dood, maar dan is de ander af. Of hij ‘is uitgeschakeld’. Het is net zo duidelijk en ik sta niet met koude rillingen de aardappels te schillen. Marco en ik bleven het herhalen, elke keer als er iemand dood ging in onze woonkamer corrigeerden we de jongens.

Toch is het hiernamaals nog niet helemaal te begrijpen voor ze. Ik vertel ze wat ik denk, wat ik voel en wat ik vermoed en dat dat mijn waarheid is. Laatst werd de oma van Marco ziek. Marco reisde naar Italië om haar in het ziekenhuis op te zoeken, maar een paar weken later maakten we de reis samen opnieuw omdat ze was gestorven. Het was verdrietig en toch ook wel weer goed zo. Nonna had een prachtig leven achter de rug en een respectabele leeftijd bereikt.

Toen we het de kinderen vertelden waren ze behoorlijk aangedaan. We vertelden over het afscheid en de familie en de bloemen en hoe mooi het was. “Want zo gaat dat, als je dood gaat,” besloot Marco.
De opmerking van Senna was er eentje die ik van mijn leven niet meer zal vergeten:
“Oh pápa! Je mag geen ‘dood’ zeggen! Je moet zeggen ‘Oma is uitgeschakeld!’”